Leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte worden in eerste instantie begeleid door hun mentor. De mentor voert gesprekken met de leerling en probeert helder te krijgen wat de hulpvraag is. De mentor neemt contact op met de ouders zodat de hulp op school en thuis goed op elkaar afgestemd wordt. Als de mentor zorgen blijft hebben over de leerling wordt hij/zij in de leerlingbespreking ingebracht. In het docententeam worden afspraken gemaakt over de aanpak in de les: wat werkt goed bij deze leerling.
 
Het docententeam kan in overleg met de zorgcoördinator mensen inschakelen die extra ondersteuning kunnen bieden of advies kunnen geven over de te kiezen aanpak.
Er kan een Begeleider Passend Onderwijs ingeschakeld worden om de leerling een aantal lessen te observeren en advies te geven over de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Als de problemen op school veroorzaakt worden door sociaal emotionele problematiek of problemen thuis kan een School Maatschappelijk Werker ingeschakeld worden. Verder zijn er mogelijkheden voor begeleiding door een RT-er of een faalangstbegeleidingstraject.
 
Indien de genomen maatregelen niet het gewenste effect opleveren en blijkt dat een leerling meer nodig heeft dan de reguliere zorg, kan hij/zij doorverwezen worden naar de W(erkGroep) P(assend) O(nderwijs).
In deze werkgroep zitten van beide locaties twee deskundige docenten/leerlingbegeleiders, een begeleider passend onderwijs  en de zorgcoördinatoren. In een maandelijks overleg worden de aangemelde leerlingen doorgesproken en van een advies voorzien. Dit advies wordt teruggekoppeld naar de mentor/leerjaarcoördinator. Tijdens de bespreking wordt de leerjaarcoördinator of de mentor uitgenodigd voor een nadere toelichting.
 
Indien er ook externe zorg nodig is dan kan de WGPO de desbetreffende leerling doorverwijzen naar het OST (OnderSteuningsTeam).
In het OST zitten: de orthopedagoge, de leerplichtambtenaar, de schoolmaatschappelijk werkers, Bureau Jeugdzorg, de schoolarts, Jeugdwerk, een leerlingbegeleider, de politie, een ambulant begeleider, de stagebegeleider en de zorgcoördinator. Zij kunnen, indien nodig, ook doorverwijzen naar andere externe zorginstanties.
 
Leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben naast de lessen kunnen deze, onder bepaalde voorwaarden, krijgen via een interne leerlingbegeleider. Deze heeft regelmatig contact met de leerling en biedt ondersteuning waar nodig.